Hoe nuttig zijn vitaminepillen?
Pillen, poeders, drankjes. Voedingsupplementen zijn er in allerlei vormen. En de meeste mensen slikken ze als aanvulling op hun dagelijkse voeding. Zeker nu het weer herfst is en mensen bij de eerste snotneuzen al gauw naar de extra vitamines grijpen. Maar hoe nuttig zijn een extra pil, poedertje of drankje eigenlijk?
Radio Kassa praat hierover met Renger Witkamp, hoogleraar Voeding en farmacologie aan de Wageningen Universiteit. Zo vindt Witkamp het niet noodzakelijk in deze natte en koude tijd dat je een voedingssupplement neemt, maar multivitamine kan bijvoorbeeld weinig kwaad. Het is een goede aanvulling en je kunt er niet teveel van binnenkrijgen.
Maar als je gewoon goed en gezond eet heb je geen voedingssupplement nodig. Alleen eet slechts 20 procent van de mensen echt zo. En ouderen en gesluierden hebben wel behoefte aan extra vitamine D omdat ze het via dagelijkse ‘verkeer’ echt niet voldoende binnenkrijgen.
Het is wel belangrijk bij het nemen van voedingssupplementen dat je erop let dat je niet teveel eet. "Gelukkig is alles wat wordt aangeboden zo goed gedoseerd dat het bijna niet voorkomt. Maar er zijn supplementen die via internet te koop zijn en schadelijk kunnen zijn."
reacties
Mijn vraag is dan wie mij garandeert dat de nederlandse wetenschappers niet 'praten in het straatje van degenen door wie zij aangestuurd worden?' Deze stukken tekst stonden nu juist in internationale bladen die uitgaan van het 'goed omgaan met je leefomgeving en deze aardbol bewaren voor het nageslacht' en dat valt beslist niet in het kader van 'snel rijk worden'. Juist de farmaceutische industrie verdient tonnen aan hun eigen producten en hebben veel meer belang bij een onderzoek dat positief uitvalt ten gunste van zichzelf.
Bij deze nog een artikel dat ik hier maar eens bij zet. Dit ter illustratie waartoe vitamine C in staat is. Echter vitamine C (ascorbinezuur) kost geen rooie cent en dus is het ook totaal niet winstgevend voor de pharmaceutische industrie. Mss is dat wel de reden waarom het niet belangrijk genoeg is om onder de aandacht te brengen en daarom niet te promoten? Het levert nou eenmaal niets anders op, behalve een bevolking die minder vaak naar de dokter loopt... Maar ok, was dat de bedoeling dan?
AD Magazine
Item: Vitamine C
Auteur: Melchior Meijer
Intro vitamine C
Is vitamine C wellicht méér dan een vitamine? Vrijwel alle zoogdieren maken het zelf, klokje rond, in de lever en de nieren. Mensen, apen en cavia's verloren dat vermogen. Koppige dokters beweren al jaren dat een spuit vitamine C iedere virusinfectie in de kiem smoort. En dat de ADH fors omhoog moet. Kwakzalvers?
Brood
Om tien over acht in de avond van 23 januari 1948 buigt Frederick Klenner, plattelandsarts uit Reidsville, North Carolina, zich over het ziekbed van een vierjarig joch. Hij ziet de typische verschijnselen van een virale hersenvliesontsteking. Het kind is een week flink verkouden en hangering geweest. Die middag klaagde het over hoofdpijn, ontwikkelde plotseling hoge koorts en werd doodziek. Hij heeft het bewustzijn verloren. Verkeert in shock. Klenner aarzelt geen moment. Hij haalt een injectiespuit uit zijn tas en trekt de spuit vol met een oplossing van 3000 milligram natrium-ascorbaat: vitamine C in een vorm die je kunt injecteren. Zo snel als het hart van het mannetje toelaat, jast hij de oplossing in zijn bloedbaan. Het resultaat is onmiddellijk en verbluffend. De hartslag zakt van 180 naar 100. De koorts daalt. Om tien voor half negen reageert de kleine patiënt op zijn ouders. Een uur later kan hij zitten en drinkt hij. Klenner geeft hem nog een injectie, nu in het spierweefsel en instrueert de ouders het kind elke twee uur een gram ascorbinezuur te geven, opgelost in limonade. Vier dagen later is de peuter volledig hersteld.
Klenner, zo blijkt uit een artikel dat hij in 1949 publiceerde in het weinig prestigieuze vakblad Southern Medicine & Surgery, wist wat hij deed. Op het moment dat hij dit jongetje 'terughaalde', had hij al succes geboekt in honderden soortgelijke gevallen. Tijdens een polio-epidemie had hij zelfs alle zestig patiënten die onder zijn hoede kwamen binnen drie dagen zonder restverlammingen op de been geholpen. Op een congres van de American Medical Association in 1953 drukte hij zijn sprakeloze collega's op het hart: "Als je niet meteen weet wat het is en het niet vertrouwt, onmiddellijk intraveneus natrium-ascorbaat toedienen en dan pas verder gaan met diagnosticeren." Klenner werd volkomen genegeerd. Alle hoop en aandacht waren gericht op een vaccin, dat elk moment werd verwacht. Klenner publiceerde driftig, maar uitsluitend in onbeduidende tijdschriften als Southern Medicine & Surgery en het Journal of Preventive Medicine. Zijn verzoeken om een grote studie op te zetten, werden consequent afgewezen.
Vitamine C is een bijzonder molecule. Hoewel de Schotse scheepsarts James Lind al in 1747 overtuigend aantoonde dat een substantie in citrusfruit scheurbuik (scorbut) voorkomt en geneest, werd de stof ascorbinezuur (anti-scheurbuik-zuur) pas in 1928 geïsoleerd door de Hongaars-Amerikaanse biochemicus Albert von Szent-Gyorgyi. Zijn ontdekking werd als zo belangrijk beschouwd, dat hij er in 1937 een Nobelprijs voor kreeg. Al snel werd duidelijk dat de mens een van de heel weinige zoogdieren is die zelf geen ascorbinezuur kunnen maken. Duizenden jaren geleden verloren mensen, de meeste apen, cavia's en een zeldzame vleermuissoort een enzym dat de laatste schakel vormt in de omzetting van glucose (bloedsuiker) in vitamine C. Het gen voor het enzym zit er nog, maar het is defect. Niemand weet waarom we een zo belangrijke functie (vitamine C is noodzakelijk voor meer dan driehonderd vitale processen) verloren. Sommige wetenschappers nemen aan dat ons oerwoudmenu zoveel vitamine C leverde dat we de eigen aanmaak konden missen, anderen menen dat een virus het genetische defect veroorzaakte. Feit is dat wij mensen het spul dagelijks met de voeding tot ons moeten nemen om gezond te blijven, net zoals een suikerzieke insuline moet gebruiken.
Het verhaal van de inmiddels overleden dokter Fred Klenner heeft alles weg van een broodje aap. Een mooie, maar onware en potentieel gevaarlijke anekdote. Toch zetten artsen ook anno 2005 intraveneus toegediende megadoses vitamine C in bij virale crisissituaties. Noodgedwongen zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven. Ze rapporteren dezelfde dramatische effecten als Klenner. Hoe kan dat nou? Gezien de totale afwezigheid van serieuze berichten, lijkt er maar één verklaring mogelijk: deze uit de pas lopende dokters zijn pathologische leugenaars. De Britse biochemicus Dr Steve Hickey, auteur van het onlangs verschenen boek 'Ascorbate, the Science of Vitamin C', onderzocht de claims. Zijn conclusie is verbijsterend. "Óf deze artsen en de ouders van hun patiëntjes liegen de hele boel bij elkaar, óf ze nemen een placebo-effect waar dat zich op magische wijze beperkt tot ascorbinezuur, óf het medische establishment maakt een onvergeeflijke fout. Eén ding is zeker: zolang het niet eerlijk is onderzocht, is het onwetenschappelijk om dit soort consistente waarnemingen van ervaren dokters blind af te serveren. Klenner en vele anderen hebben extreme resultaten geboekt bij alle denkbare virusinfecties, van polio en griep tot hepatitis. Die resultaten zijn gedocumenteerd, maar niet in de 'juiste' tijdschriften. Het is bovendien aangetoond dat acsorbinezuur in de reageerbuis de meeste virussen blokkeert. Anticiperend op de griep-pandemie die onherroepelijk zal uitbreken, is het wellicht handig dat overheden snel eerlijk laten uitzoeken of intensieve ascorbinezuurtherapie inderdaad alle virale brandhaarden in de kiem smoort, zoals de biochemische logica voorspelt." Vanaf het moment dat zo'n pandemie uitbreekt, duurt het een half jaar voor een vaccin beschikbaar is. Een gemene griep à la 1918-1919 roeit in zo'n tijdsbestek ook anno 2005 miljoenen mensen uit. Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad minister Hoogervorst Nederland op een epidemie voor te bereiden door voldoende virusremmers in te slaan. Kosten: 50 miljoen Euro. De effectiviteit van deze medicijnen wordt door kritische deskundigen als matig aangemerkt. Hickey: "Als een simpel en spotgoedkoop infuus met ascorbinezuur het brandje blijkt te blussen, stel ik voor dat we alle financiële belangen even vergeten en het inzetten."
Biochemische logica? Het brandje blussen? Dr Thomas Levy, internist, cardioloog en auteur van het boek 'Vitamin C, Infectious Diseases & Toxins', legt het duidelijk uit. "In de eerste plaats is goed aangetoond dat vitamine C in therapeutische doses antibiotische en antivirale capaciteiten bezit. Hoge concentraties blokkeren zelfs HIV, in de zelfde mate als farmacologische aidsremmers. Verder is het immuunsysteem volkomen afhankelijk van het spul. Maar de rappe levensreddende werking bij acute infectieziekten berust op het vermogen van ascorbinezuur om elektronen te doneren aan zogenoemde vrije radicalen. Elke infectieziekte gaat gepaard met een gigantisch oxidatieproces. Het is dat proces, die brand zo je wilt, die het organisme uiteindelijk de das om doet. Ascorbinezuur doet in feite weinig anders dan het stabiel maken van die vrije radicalen. Als er voldoende elektronen worden aangeboden, in de vorm van massa's ascorbinezuur, dooft de infectie en krijgt het immuunsysteem een faire kans om af te rekenen met de ziekmaker. Is de infectie mild, dan heb je betrekkelijk weinig ascorbinezuur nodig. Is de infectie heftig, dan moet je véél meer gebruiken. Infuusflessen tegelijk. Je kunt het uitstekend vergelijken met een uit de hand lopend houtvuur. Niemand bestrijdt een flinke fik met een waterpistooltje. Je gooit er een paar emmers water op, of roept de brandweer erbij en dan pas dooft het. Dit is brugklas-scheikunde, geen ingewikkelde geneeskunde. Het is weinig sexy, je kunt er geen stoere referaten over houden en je verdient er geen Mercedes mee. Misschien dat collega-artsen er daarom zo moeilijk over doen."
Wat een verbluffende onzin, is de unanieme reactie van Nederlandse deskundigen. "Heeft u wat meer reclame-uitingen over deze onzinnige therapie," vraagt Dr Cees Renckens, voorzitter van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij. "Er zijn vast enkele artsen in Nederland die gek genoeg zijn om vitamine C intraveneus te geven, maar in de ziekenhuizen zal het niet voorkomen. Daarvoor hebben we in Nederland gelukkig te veel sociale controle en collegiale toetsing." Zijn collega Prof Dr Rob Koene, nierspecialist in ruste, mist 'ook maar het geringste bewijs'. "Er zijn geen gecontroleerde, klinische studies. Dat hoeft ook niet, want de zogenaamde observaties van deze artsen zijn pertinente nonsens. Het is ze niet gelukt om er in respectabele tijdschriften over te publiceren. Dat betekent dat er iets niet deugt. Pas als een waarneming door de collega's serieus wordt genomen, als er een zekere logica aan ten grondslag ligt, verdient hij aandacht. Dit is kwakzalverij. Gepropageerd door goedbedoelende individuen, maar toch, onzin. Veronderstel dat we alle evident waanzinnige observaties in grote onderzoeken zouden gaan toetsen! Dan zou het eind zoek zijn."
Biochemicus Hickey: "Koenes standpunt getuigt niet van wetenschappelijk denken. Het is waar dat er alleen observaties van dokters zijn. Maar het is veel te gemakkelijk om die observaties eenvoudig weg te wuiven of af te doen als placebo-effect. Bewusteloze, ten dode opgeschreven peuters met hersenvliesontsteking komen bij en genezen. Niet één keer, niet twee keer, maar telkens als een dokter op tijd voldoende ascorbinezuur inspuit. De zestig poliopatiënten die Klenner binnen 72 uur weer op de been hielp, hebben zonder restverlammingen verder geleefd. Kon Klenner geen diagnoses stellen en mankeerde die mensen niks? Zag Klenner het Pak Uw Bed Op En Wandel effect? Zijn al zijn 'opvolgers' geschifte fantasten? De enige wetenschappelijk correcte reactie op dit soort observaties is 'onderzoek het grondig'."
Vast staat dat dat zestig jaar lang niet is gebeurd. Het is nauwelijks voor te stellen dat een eenvoudige, goedkope behandeling met zulke spectaculaire resultaten en vrij van bijwerkingen al die tijd over het hoofd kan worden gezien door intelligente, bonafide artsen en onderzoekers. Hebben Renckens en Koene gelijk? Staart het 'vitamine C kamp' zich blind op een fata morgana? Internist en cardioloog Levy meent dat er veel banalere mechanismen in het spel zijn. "Hooggeschoolde professionals met veel status vertonen de neiging als groep te denken en niet als individu," zegt hij. "Alleen medische informatie die de leerboeken haalt en door hoogleraren wordt gedoceerd, is 'waar'. Waarnemingen, hoe evident en relevant ook, die niet onmiddellijk doordringen tot de collegezalen, zijn gedoemd om enkele generaties lang te worden geridiculiseerd. De geschiedenis van de geneeskunde is geplaveid met voorbeelden. De angst voor kwakzalver te worden versleten, wordt er vanaf het eerste medische college ingeramd. Het gekke is, hoe voor de hand liggender en logischer een nieuw idee, hoe meer weerstand het ondervindt. Dokter Semmelweis was de kwakzalver van zijn tijd, omdat hij zijn collega's wees op het belang van handen wassen tussen lijkschouwing en verlossing. Omgekeerd geldt de coronaire bypass operatie vandaag de dag als onbetwist symbool van medisch kunnen, terwijl er in de literatuur geen bewijs is dat het huzarenstukje beter werkt dan niet ingrijpen. Niemand die dáár een probleem van maakt. In het geval van vitamine C gaat het om veel meer dan gekrenkte eer en de kleren van de keizer. Aan de ziekten die het spul geneest, valt verschrikkelijk veel te verdienen. Aan ascorbinezuur niets."
Steve Hickey vult aan: "Laat het duidelijk zijn dat reproductie van Klenners resultaten ten overstaan van de wereld catastrofaal zou zijn voor de farmaceutische industrie en voor het aanzien van een aantal invloedrijke wetenschappers. Individuele dokters hebben echter ook zelf ogen en oren en zijn dus deels verantwoordelijk voor ontbrekende kennis en eventueel daaruit voortvloeiend leed. Levy verwijst in zijn boek naar 1200 relevante studies. Ik heb er ook honderden opgediept. De kennis ligt op straat. Toediening van hoge doses vitamine C is bovendien volstrekt veilig. Ik zou het door Koene gebruikte argument dan ook willen omdraaien. Tot gecontroleerde klinische studies hebben bewezen dat het niet werkt, moet het afzien van massieve natrium-ascorbaatbehandeling bij potentieel dodelijk verlopende infectieziekten als hersenvliesontsteking, SARS, ebola of vogelgriep als medische nalatigheid, als kwakzalverij worden bestempeld."
Ook bij chronische aandoeningen speelt vitamine C, of een gebrek er aan, volgens sommige wetenschappers een sleutelrol. In de jaren '90 oogste Linus Pauling, een van de grootste scheikundigen die de vorige eeuw heeft voortgebracht, de hoon van de medische stand toen hij verkondigde dat hart- en vaatziekten niets anders zijn dan een uiting van milde scheurbuik. Hij stelde dat het probleem volledig zou worden uitgebannen als iedereen van kindsbeen af dagelijks enkele grammen vitamine C zou nemen. Ook meende hij zeker te weten dat angina pectoris - pijn op de borst als gevolg van vernauwde kransslagaderen - kan worden genezen met megadoses vitamine C en de aminozuren lysine, proline en arginine en ornithine. Een verhandeling waarin hij deze boude bewering staafde, werd aanvankelijk gretig geaccepteerd door het wetenschappelijke tijdschrift Science, maar op het laatste moment zonder opgaaf van reden niet gepubliceerd. In een radio-interview vertelde Pauling hoe enkele bejaarde vrienden met hartproblemen (onder wie een natuurkundige met een Nobelprijs) bypass-operaties hadden afgezegd toen ze na een paar weken vitamine C therapie van hun pijn en beperkingen bleken te zijn verlost. Over de weigering van die publicatie zei hij: "Ach, wie heeft er nog behoefte aan een dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studie als hij bewijs van dit kaliber ziet." Biochemius Steve Hickey: "Ook deze spannende hypothese en waarnemingen van een man die twee keer eerder onverwacht gelijk kreeg, zijn nooit eerlijk getoetst. Op het Internet gonst het van de anecdotische gevallen van mensen met verstopte kransslagaderen en angina pectoris die zonder chirurgisch ingrijpen beter worden, maar zolang er geen klinische studies zijn, zijn die getuigenissen niets waard." Pauling was niet de eerste wetenschapper die chronisch vitamine C-gebrek als voornaamste oorzaak van het hartinfarct zag. In 1940 toonde de Canadese patholoog Paterson aan dat hartinfarctpatiënten zonder uitzondering veel lagere vitamine C spiegels hebben dan gezonde mensen. 'De plaques in aangetaste slagaders worden gevoed door haarvaatjes,' schreef Paterson, een observatie die vijftig jaar later werd bevestigd. 'Bij gebrek aan ascorbinezuur worden die vaatjes zwak, gaan kapot en veroorzaken een bloedprop. Is er voldoende vitamine C, dan blijven de vaatjes en de plaque stabiel en zullen ze geen infarct veroorzaken.' Patersons landgenoot Willis, een cardioloog, bevestigde die waarneming in 1953. Eerst toonde hij aan dat cavia's - die net als wij geen vitamine C kunnen aanmaken - zonder uitzondering verstopte bloedvaten ontwikkelen als ze het cavia-equivalent van de ADH voor mensen krijgen. Bij cavia's die omgerekend naar menselijke verhoudingen een gram of vier per dag krijgen, is de aandoening echter onmogelijk op te wekken. Toen hij dat had vastgesteld, ging Willis, niet gehinderd door ethische commissies, experimenteren met zijn hartpatiënten. Eén groep gaf hij drie maal daags 500 milligram vitamine C (een dosis die Pauling overigens als 'verwaarloosbaar laag' zou hebben bestempeld), de andere groep kreeg alleen normale voeding. Het resultaat: in de vitamine C groep groeiden de bloedvaten niet verder dicht en namen de symptomen af, in de 'onbehandelde groep' schreed het ziekteproces onverminderd voort. Hickey: "Er is van alles aan te merken op Willis' aanpak, maar de man verkeerde terecht in de overtuiging dat zijn pilotstudie een aanzet zou vormen voor gedegen vervolgonderzoek. Willis is vergeten. Cardiologen kennen de man noch zijn werk. Het is alsof zijn onderzoek nooit is gedaan. En op onderzoek dat nooit is gedaan, kun je niet voortborduren. Het enige solide materiaal dat we nu hebben, zijn epidemiologische studies die hardnekkig suggereren dat mensen met veel vitamine C in hun bloed veel minder kans hebben te overlijden aan een heel spectrum van kwalen."
Bij deze het artikel. Ik hoef niets te bewijzen. Voor mijzelf weet ik dat het werkt en het is aan ieder om dit zelf uit te proberen. Maak alleen niet de fout te denken dat het werkt na 1 dag..... Vitamines moeten regelmatig gebruikt worden en dan zit er een opbouw in.
Er zijn overigens nog meer middelen bekend die hetzelfde doen. Dan denk ik aan probiotica en propolis. Heb ik ook al volop mee geëxperimenteerd met mijn dieren en met succes! Het is zelfs als Antibioticum te gebruiken, ook voor mensen. Het grote voordeel is dat ze veilig zijn en niet de bijwerking hebben die chemische Antibiotica hebben. Na meer dan zes keer Antibioticum-gebruik loop je anderhalf keer meer kans op kanker dan mensen die niet of nauwelijks antibiotca gebruikten in hun leven. Ook dat heeft ooit in de krant gestaan, helaas weet ik hier alleen de bron niet van. Nog afgezien van dit feit, wat denkt u van de ongevoeligheid die je opbouwt voor Antibioticum? Wat als je het ineens heel hard nodig hebt? Hoeveel mensen zijn hier al niet resistent voor inmiddels als het er op aankomt? En er is schade mogelijk door Antibioticum als je er allergisch voor bent. Helaas kunnen we daar inmiddels over meepraten. Schade die leidt tot invaliditeit inmiddels, door een huisarts die de andere kant opkeek.... Maar dat is nu niet van toepassing. Overigens veel hobbyfokkers werken inmiddels al met succes met probiotica. Zieke dieren herstellen veel sneller en blijven gezonder. Ik heb het hier echt over ervaringsdeskundigheid die is opgebouwd in de dierhouderij op hobby-niveau en zeker ook toepasbaar is op onze eigen constitutie. We onderschatten de natuur veel te veel...
Met alle respect: wetenschappelijke onderzoeken kosten geld. Dat geld woordt vaak geleverd door de fabrikant van een produkt, die daarvoor dan natuurlijk een voor hem gunstig resultaat verwacht, volgens het principe "Wiens brood men eet, diens taal men spreekt". Als voorbeeld kun je de Softenon/Contergan onderzoeken nemen.
"Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat..." is zo'n kreet, die te pas en te onpas wordt gebruikt om ons het gevoel te geven dat het dan wel goed zal zitten met dat produkt (of die opvatting, bv over de klimaatverandering). Zonder vermelding van de financiers/opdrachtgevers van die onderzoeken, zijn krantenartikelen hierover het papier niet waard waar ze op gedrukt zijn......
Mss helpt dit om een paar vragen feitelijk beantwoordt te krijgen? Er zijn overigens heel veel onderzoeken in het buitenland die een compleet ander beeld schetsen als sommige nederlanders ons willen doen geloven. Ik kan daar zelf ook wel wat verhalen van vertellen uit de ervaring, maar daar gaat het nu even niet om. Nu de feiten op een rijtje:
- Vitamines als 'anti-verouderingsmiddel'
LONDEN (ANP) - Amerikaanse wetenschappers hebben bejaarde ratten een spectaculaire verjonging laten ondergaan door de diertjes een mengsel van twee normaal verkrijgbare voedingssupplementen te geven. 'Door de combinatie van deze twee supplementen dansten deze bejaarde ratten de macarena', zei onderzoeker Bruce Ames van de Universiteit van Californië in Berkeley tegen de BBC.
Het effect van de natuurlijke stoffen was zodanig dat de onderzoekers spreken van een doorbraak. 'Het leek alsof een 75- tot 80-jarige zich gedroeg als iemand die tientallen jaren jonger was.' De bij het onderzoek gebruikte ratten gedroegen zich niet alleen veel energieker, ook zagen hun hersenen er beter uit en verbeterde hunn geheugen duidelijk.
- De huidige landbouw vss gebruik van vitamines
- Ecosysteem op zijn kop, vitamine weg uit groenten (Telegraaf, 16 april 2008)
Desastreuse mis-management van onze landbouwgronden en intensieve
landbouwmethoden hebben ertoe geleid, dat ons voedsel van dermate kwaliteit is, dat voedingssupplementen geen overbodige luxe zijn, maar bittere noodzaak voor een goede gezondheid.
In 1992 bevestigde de 'Earth Summit' in 'Rio' dat de gemiddelde
amerikaanse akker 85% minder mineralen bevat dan grond die niet eerder voor landbouw bewerkt is geweest. Maar dit is nauwelijks nieuws. In 1936 stelde een rapport van de amerikaanse senaat al, dat er sprake was van een gebrek aan mineralen in de grond van amerikaanse boerderijen en weidelanden. Dit gebrek is vervolgens ook terug te zien in de voedingsmiddelen die van deze grond afkomstig zijn. De onderzoekers die dit document samenstelden, hadden een groot en representatief aantal grondmonsters in de VS getest. De implicaties van deze testen waren nogal ver-strekkend. Het betekende dat zo'n 99% van de bevolking een gebrek had aan een hele reeks mineralen. Toen al werd aanbevolen de voeding van boerderijdieren en de amerikaanse bevolking aan te vullen met voedingssupplementen.
Sindsdien is de omvang van het probleem alleen maar groter geworden. De akkers van tegenwoordig (en helaas niet alleen in de VS), zelfs die van biologische bedrijven, bevatten nog maar heel weinig van de voedingsstoffen die wij dagelijks nodig hebben. Als gevolg daarvan bevatten de voedingsmiddelen die wij op tafel zetten, heel weinig van de voor onze gezondheid essentiele vitamines en mineralen. Commercie en hebzucht zijn de oorzaken van dit gebrek aan essentiele mineralen in onze aarde. We hebben het hier welliswaar vooral over de amerikaanse cijfers, maar de amerikaanse landbouwmethodes (middels intensieve bemesting) wordt ook in West-Europa toegepast.
Aan het begin van de 19e eeuw, konden families die op de prairies landbouw bedreven, niet lang op dezelfde plek blijven. Deze pioniers hadden het niet al te veel op met de fijne kneepjes die in Europa al langer toegepast werden: groenbemesting, vrucht-rotatie en het braak laten liggen van de velden. Hun gronden leverden gedurende vijf tot acht jaar ruime hoeveelheden voedsel op, maar daarna groeide het graan nauwelijks meer en was het niet meer in staat om aren te produceren. De boeren putten de grond uit. Als ze er in slaagden zonder oogst de eerste winter te overleven, trokken de overlevenden verder naar het westen om daar opnieuw te beginnen. Aan het eind van de 19e eeuw werd NPK geintroduceerd: een kunstmatige meststof gemaakt van stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Voor boeren, die telkens verder naar het westen moesten trekken, leek dit een geweldige uitkomst. Ruim 100 jaar later 'lijkt' dit nog steeds zo. Met deze drie mineralen in de voor de lokale situatie juiste verhouding (plus water, warmte en licht) zien planten er gezond uit en leveren ze maximale opbrengst. Daarmee is de boer verzekerd van zijn winst en dus van zijn 'brood'.
Aldus de theorie van de duitse chemicus Justus von Liebig (1803-1873). Hij beweerde dat stikstof, fosfor en kalium de enige mineralen waren, die mens en dier nodig hadden. Met behulp van nieuwere apparatuur kwam hij erachter dat de as, die na het verbranden van de plantenweefsel overbleef, ook nog een hele reeks andere mineralen bevatte.
Veel publicaties maakten echter - onder druk van de producenten van de moderne kunstmest- geen melding van Liebig's lange en gedetailleerde herroeping van zijn theorie. Als gevolg daarvan bleef de westerse tuin-en landbouw de NPK meststof enthousiast verder gebruiken en vele miljoenen mensen over de hele wereld eten voedsel dat gevaarlijk weinig bouwstoffen bevat. De boeren verbouwen voedsel, oogsten dat om ons te voeden en bemesten de grond vervolgens weer met NPK. Ze verbouwen nog meer voedsel, oogsten wederom en herhalen de NPK-bemesting. We zijn nu al jarenlang bezig om onze landbouwgronden 'uit te putten', zonder het hele scala aan mineralen terug te geven aan de grond.
Bovendien verzwakt het gebruik van slechts drie voedingsstoffen de planten op de akkers, waardoor ze gevoeliger worden voor ziektes en plagen. De NPK-mest is daarnaast zeer zuur, waardoor de PH-balans (zuur-base) van de grond uit het evenwicht wordt gebracht. Het vermogen van de grond om elementen te absorberen, is bij neutrale of licht alkalische omstandigheden maximaal.Zure grond dood in de grond de aanwezige micro-organismen. Het is de taak van deze beestjes om de mineralen in de aarde zodanig om te zetten, dat de planten ze kunnen gebruiken. Zonder deze micro-organismen, blijven deze mineralen opgesloten en zijn ze onbereikbaar voor de planten.
Een studie weest uit dat meer dan 1/3 van de landbouwgrond in het
Great Plains - het landbouwcentrum van amerika - een PH-waarde heeft van minder dan 5,5, terwijl de waarde boven de 7 zou moeten liggen. Zure grond bevat volgens de canadese ministerie van landbouw weinig magnesium en meestal ook te weinig calcium. Planten groeien welliswaar (gestimuleerd door de kunstmest) maar ze hebben wel een tekort aan esesntiele sporenelementen. Bij gebrek daaraan nemen de planten zware metalen uit de grond op, bijvoorbeeld: aluminium, kwik en lood. Door de voedselketen komen deze zware metalen ook bij ons terecht en wij gaan deze stoffen gemakkelijker absorberen als we een gebrek aan beschermende mineralen hebben. Ons lichaam houdt deze giftige mineralen, sporen van bestrijdingsmiddelen en chemische afvalstoffen, die aan het mest worden toegevoegd vast, hetgeen op den duur de gezondheid bedreigd.
Een internationale studie, die de concentraties voedingsstoffen in de diverse werelddelen evalueert, meldt: 'De huidige landbouwmethoden, vooral het overmatig gebruik van landbouwchemicalien veroorzaken ernstige tekorten aan mangaan en andere mineralen, zowel in de grond als in de planten, die daarop groeien. Vooral mangaan, zink en ijzer zijn in de onderzochte monsters in zeer lage concentraties aanwezig.'
Kalk; boeren bestrijden de zure grond met kalk. Door deze praktijk wordt er calcium en magnesium aan de grond toegevoegd, hetgeen de PH van de grond veranderd en bladgroei sterk bevorderd. Maar tegelijkertijd worden daardoor mangaan en andere sporenelementen aan de grond onttrokken. Deze bestrijdingsmiddelen in-aktiveren bepaalde enzymen die de opname van mangaan en andere mineralen door de plant bevorderen. Moderne hybride granen smaken minder en bevorderen allergie sterker dan de oorspronkelijke graansoorten. Ze zijn bovendien zwak en afhankelijk van chemicalien voor de bescherming tegen ziektes en plagen. Dat geld niet, of in veel mindere mate voor de oorspronkelijke graansoorten. Bestrijdingsmiddelen verzwakken de plant nog verder, waardoor ze vervolgens nog weer gevoeliger zijn voor de aanval van andere insecten (vicieuce cirkel-effect). Meer dan 500 insecten soorten zijn inmiddels resistent tegen pesticiden. In tegenstelling tot mensen kunnen planten bepaalde aminozuren, essentiele vetzuren en vitamines zelf aanmaken, maar geen enkel organisme kan mineralen produceren. Vitamine, eiwitten, enzymen en aminozuren hebben mineralen nodig om hun taken te vervullen. Mens en dier hebben circa 50 mineralen nodig en als de akker die mineralen niet bevatten, zitten ze ook niet in het voedsel wat van de akker af komt.
Magnesium, chroom en andere mineralen, die net zo belangrijk zijn
voor een goede gezondheid, als stikstof, fosfor en kalium, ontbreken in veel sterkere mate in onze voedselketen dan de meeste vitaminen. Daarom komen er ook steeds meer ziekten voor, die worden veroorzaakt door tekorten aan mineralen. De meeste amerikanen hebben een chronisch gebrek aan chroom, magnesium en mangaan - vooral tienermeisjes en oudere mensen - en dit is in onze eigen omgeving ook niet veel anders.
Uit een onderzoek naar het dieet van veganisten en vegetariers, die alleen plantenmateriaal eten, bleek dat hun voedsel meer dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid (ADH) van de meeste vitaminen bevatten. Maar die voeding bevatte bijvoorbeeld slechts 96% van de ADH voor zink en 46% van de toch al lage ADH voor selenium. Zelfs grote hoeveelheden plantaardig voedsel zijn dus niet genoeg om bepaalde ziekten als gevolg van mineraaltekorten te voorkomen. Een lage selenium-concentratie is een risico-factor voor zowel kanker als hartaanvallen.
Het eiwitgehalte van tarwe en andere granen is een betrouwbare index van een afnemende vruchtbaarheid van de grond. In 1900 bestond tarwe voor 90% uit eiwitten, tegenwoordig is dat 9%. Om de voedingsstoffen binnen te krijgen, die vroeger in 1 snee brood zaten, zouden we nu dus tien sneetjes brood moeten eten. In 1958 bevatte 100 gram spinazie 158 mg ijzer. In 1967 was het ijzergehalte al gedaald naar 27 mg en in 1973 bevatte spinazie nog maar 2,2 mg ijzer. Inmiddels wordt vermoedt, dat het ijzergehalte nu niet meer als 1 mg per kilo bedraagt.
Meststoffen op basis van stikstof, kunnen planten ook nog op een andere manier be-invloeden. De grote hoeveelheden stikstof die op de gangbare landbouwgronden worden gebruikt, beinvloedt de eiwitkwaliteit van de plant. Maar een grote hoeveelheid stikstof in de grond produceert ook andere problemen. Als de stikstofconcentratie groter is, dan wat de plant voor de foto-synthese nodig heeft, dan wordt de rest opgeslagen in de vorm van nitraten. Als de nitraten uit de plant in ons lichaam opgenomen worden, kunnen deze tijdens de spijsvertering worden omgezet in kankerverwekkende nitrosamines (zelfde kankerverwekkende stoffen die ook in sigarettenrook en in gerookte etenswaren voorkomen). Kunstmeststoffen kunnen de nitrosamine-vorming ook nog op een andere manier bevorderen. Er zijn aanwijzingen dat ze het aantal bacterie'en op planten doen toenemen. Deze bacterie'en maken vervolgens de omzetting mogelijk van nitraat in nitrit, een voorloper van nitrosamine. Normaal gesproken beschermen anti-oxidanten uit ons voedsel ons voor de schadelijke nitrosamines. Helaas blijken echter ook de concentraties essentiele anti-oxidanten in ons voedsel - bijvoorbeeld vitamine C en A - steeds verder af te nemen.
Mineralen zijn niet de enige nutrie-enten, die in de conventionele verbouwde voedingsmiddelen ontbreken. Er zijn aanwijzingen, dat het vitamine-gehalte van fruit, groente en granen gedurende de afgelopen 50 jaar sterk is verminderd. In 1999 vergeleek de voedingsdeskunde Alex Jack de voedingswaarde in het handboek van het amerikaanse ministerie van landbouw met de waarde die in 1975 werden gepubliceerd. Hij stelde een afname van een aantal mineralen vast en merkte tevens op, dat bloemkool 50% minder vitamine C bevat, dan in 1975. Hij schreef toen een brief naar het ministerie waarin hij om een verklaring vroeg. Hierop is nooit gereageerd.
In maart 2001 kreeg Alex Jack ook steun van 'Live Extension Magazine'. Met de hulp van Jack en de voedingswaardetabellen van het ministerie (deze keer uit 1963)publiceerde het blad een eigen vergelijking. De resultaten? Vitamine C uit pepertjes, gingen terug van 128 mg naar 89 mg. Vitamine A in appels, is van 90 mg gereduceerd tot 53 mg. Broccoli en boerenkool hebben de helft van hun vroegere pro-vitamine A verloren. Het vitamine C-gehalte in bloemkool is eveneens met 50% gedaald. Afgezien van het feit dat fruit, groentes en granen voor het grootste deel in mineraal arme grond worden verbouwd, worden die voedingsmiddelen ook nog eens langdurig opgeslagen, voordat ze uiteindelijk worden verkocht. Daarna worden ze vaak nog langer bewaard voor ze opgegeten worden of in maaltijden verwerkt worden. Een interessante studie, die de historische teruggang van mineraalgehalte van fruit en groente tussen 1930-1987 gedocumenteerde, leverde een aantal verbazingwekkende conclusies op.
Zo blijkt bijvoorbeeld, dat moderne aardappelen 40% minder kalium bevatten, dan de aardappelen die 50 jaar geleden werden geteeld. Wortelen bevatten nog maar de helft van het calcium, dat ze vroeger bevatte en 75% minder magnesium. Tomaten bevatten 90% minder koper. Appels bevatten 2/3 minder ijzer dan vroeger. Hetzelfde geldt voor abrikozen. Voor zo'n 20 veel voorkomende fruit en groentesoorten, moet worden geconstateerd, dat de voedingswaarde veel lager ligt dan vroeger.
De invloed van pesticiden Het gebrek aan vitaminen is een gevolg van het feit dat de planten groeien op 'met kunstmest bewerkte aarde' met weinig voedingsstoffen. Maar ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen be'invloedt de voedingswaarde van voedsel, zowel direct als indirect. De toepassing van herbiciden, pesticiden en fungiciden tijdens de groei en de opslag stelt boeren, winkeliers en uiteindelijk ook de consument om door te gaan met praktijken, die het verlies van voedingswaarde bespoedigen (zoals langdurige opslag van plantaardige producten). Bovendien veranderen veel herbicidensoorten de stofwisseling van de plant en daarmee ook de samenstelling van de voedingsstoffen. Zo veroorzaken bijvoorbeeld herbiciden die de foto-synthese remmen, (triazine of fenoazijnzuurherbiciden) effecten die vergelijkbaar zijn met die van te weinig licht. Onder dergelijke condities vermindert het koolhydraat-, a-tocoferol- en betacaroteengehalte van de plant en neemt het eiwitgehalte, de hoeveelheid vrije aminozuren en het nitraatconcentratie toe (NO3).
Vitamine C, betacaroteen en vitamine E zijn belangrijke anti- oxidanten en de implicaties van een teruggang in deze concentraties zijn dan ook ver-strekkend. Deze vitaminen beschermen ons tegen de vrije radicalen in ons lichaam. Niet alleen de vrije radicalen, die ons lichaam met de stofwisseling produceert, maar ook tegen de vrije radicalen die ontstaan door de grote hoeveelheid giftige stoffen die we in onze dagelijkse omgeving tegen komen. Daarnaast beschermen ze ons tegen de vele aandoeningen, die we vaak met het 'normale ouder worden' in verband brengen. Mannen met een zeer lage vitamine C- consumptie hebben een 62% hoger kankerrisico en 57% hoger risico om vroegtijdig aan andere aandoeningen te overlijden. Flavonoiden zoals betacaroteen blijken tegen beroerten te beschermen, terwijl mensen met een laag betacaroteen-, retinol (vitamine A)- en vitamine E- gehalte een groter risico lopen om kanker te krijgen. Slechte leerprestaties houden eveneens verband met mineraalarme landbouwgrond. De hersenen hebben vitaminen, mineralen en aminozuur nodig om neurotransmitters en andere belangrijke stoffen te produceren. Een veranderd chemicalien-evenwicht in de hersenen ten gevolge van het gebrek aan maar een enkele voedingsstof, kan verminderde mentale vaardigheden tot gevolg hebben, evenals mentale / emotionele - en gedragsstoornissen, eetstoornissen (zoals anorexia of boulimia), drugs en alcoholverslaving, autisme en geweld.
Sommige boeren remineraliseren hun grond met steenstof en melden sterk verhoogde opbrengsten van gewassen die bestendiger zijn tegen ziekten en plagen en meer voedingsstoffen bevatten. Vele beschouwen dit als de ultieme oplossing van het mineraaltekort in onze voeding. Remineralisering veroorzaakt een fenomenale groei van micro- organismen in de grond. Het verhoogt de opname van voedingsstoffen door de plant. Het werkt de verzuring in de grond tegen, voorkomt erosie van de grond en draagt bij aan de waardevolle humuscomplexen. Heeft anti-schimmel-eigenschappen en, wanneer het op planten wordt gesproeid werkt het ook nog eens als insecticide. Remineralisering met steenstof, kan ook de compostering bespoedigen en verbeteren. Berichten uit Duitsland en Australie, spreken ook van een sterk verbeterde bosgroei door remineralisering van de grond.
Ecosysteem op zijn kop, vitamine weg uit groenten
Telegraaf, 16 april 2008
Auteur: Richard van de Crommert
Wageningen - De kwaliteit van onze andijvie, bloemkool en wortelen holt achteruit. In de afgelopen twintig jaar is de aanwezigheid van vitaminen en mineralenin de zogeheten 'volllegrondsgroente' fors teruggelopen, soms met meer dan 50%.
Dat komt voor een belangrijk deel door het injecteren van mest in al onze landbouwgrond. Dat gebeurt zo agressief dat er daardoor simpelweg te veel schadelijke stoffen in de bodem komen. Dat zeggen verschillende organisaties, waaronder de stichting 'Millieubewuste Veehouderij', het 'Adviesbureau Team Ecosys' en 'Aquarius Alliance', een samenwerkingsverband van boeren en wetenschappers. Ook de 'Landbouwuniversiteit van Wageningen' is van mening dat deze praktijk de samenstelling van de bodem schaadt.
Kanker
Uit onderzoek van de 'Consumentenbond' blijkt dat onze groenten nog nauwelijks een nuttige stof als selenium bevat. (Mineralen worden door de groente uit de grond gehaald. Vitamines worden aangemaakt met mineralen.) Het is elk geval geval zo laag dat het niet meer te meten is. Dat komt omdat de grond in feite dood is.
'Eén op de drie' Nederlanders krijgt tegenwoordig kanker. Dat is veel hoger dan waar ook ter wereld ! ' constateert Paul Blokker van de vereniging 'Vereniging tot behoud van boer en millieu'. 'Als we zo doorgaan komt onze volksgezondheid in gevaar. De gemiddelde Nederlander heeft gebrek aan zink, ijzer, selenium, koper, magnesium en vitamine A. In heel veel groenten zitten tegenwoordig geen vitamine C meer. Dan hebben we het over vollegronds groenteteelt zoals bloemkool, wortelen en andijvie' waarschuwt Blokker. Het is er de laatste 15 jaar uitgejast. Onze kasgroenten, zoals tomaten en paprika is nog wel steeds voedzaam, maar ook daar zit onvoldoende selenium in. In de hele wereld loopt het aantal mineralen en vitamines in de voeding terug, maar in Nederland gaat het sneller dan elders.'
Overgewicht
In ons land zien we verder dat het percentage van mensen met overgewicht vanaf 1993 (het jaar waarin de mestinjecties werden verplicht) sterk toeneemt. Van 1981 tot en met 1993 steeg dit met ongeveer 0,3% per jaar. Vanaf 1993 steeg het aantal mensen met overgewicht met 0,9% per jaar. Dat is drie keer zoveel. 'Het is niet zo dat de mestinjecties op zichzelf geen overgewicht veroorzaken, maar wel dat er door deze injecties in de grond een afname plaatsvindt in het bodemleven. De balans raakt verstoord, waardoor de planten de mineralen en spoorelementen niet meer of onvoldoende worden opgenomen en vervolgens worden de vitamines (die de groenten vroeger nog volop bevatte) niet of nauwelijks meer aangemaakt. Mangaan, selenium, zink en chroom zijn nodig voor de bloedsuikerregulatie en wordt hiermee flink verstoord. Blokker wijst met zijn beschuldigende vinger naar de veranderende bodem, door verkeerd bodemgebruik.
De grondonderzoeklaboratoria in Nederland, zoals het BLGG en ALNN, bevestigen dat de aanwezigheid van mineralen qua gehalte beneden het streefminimum uitkomt.
Bovenstaande vormt weer een bevestiging van de volgende stelling:
Desastreus mis-management van onze landbouwgronden en intensieve landbouwmethoden hebben er toe geleid dat onze voedsel van dermate povere kwaliteit is, dat voedingssupplementen geen overbodige luxe zijn, maar bittere noodzaak voor een goede gezondheid.
Betreffende onderzoeken zijn internationaal. Wie zijn wij als eigenwijze nederlanders om hier een vraagteken bij te stellen ?
Laten we even realistisch zijn...er wordt niet meer zo gezond gegeten tegenwoordig, vooral niet door jongeren, en zolang ze jongeren jongeren zijn en dus een ongezond leefpatroon hebben dat ze toch niet willen veranderen. Let wel...ik praat niet over alle jongeren maar toch wel over een grote groep, dan zijn vitaminepillen toch beter dan niets. Kinderen spelen ook veel minder buiten, kan niet meer, veel te gevaarlijk en ouders werken dus kunnen niet met hun kinderen er op uit trekken. Dat hebben de hangjongeren weer als voordeel, ze hangen vaak buiten en komen in ieder geval aan hun vitamine D.
Dus ik vind vitaminepillen niet echt onnodig, het is ook geen must..het zit er tussenin. Slik je ze wel oké...slik je ze niet..dan zal het ook wel oké zijn denk ik, alhoewel.....
Ik heb nog een andere reactie..toen ik nog jong was (ik ben nu 51) stond er bij de keukendeur op het aanrecht..1potje davitamon 10, 1 potje fluortabletjes, een potje kalktabletten (van die driehoekige) en een potje met van die ronde balletjes waar levertraan in zat. En iedere schooldag, als we langs de keukendeur naar buiten gingen, slikten we braaf uit alle potjes en pilletje. Ik ben zelden ziek geweest behalve de toen nog gewone ziekten als rode hond, mazelen, waterpokken en af en toe een verkoudheid.
Mijn moeder had iedere dag een gezonde, gevarieerde maaltijd klaar staan met aardappelen, groenten,vlees, en als ontbijt brood en vleeswaren (je moest eerst een boterham met vlees of kaas voor je zoet mocht) Ook iedere dag minstens een beker melk of thee met melk.
Ik slik nu ook vitaminen en in de wintermaanden aechinaforce...ik ben nog steeds zelden ziek, een verkoudheid misschien maar zelfs dat is zelden. Kan toeval zijn maar ik heb niets overgehouden aan een 'teveel' aan vitaminen.
Nu kook ik niet altijd zo gezond als mijn moeder deed, ook niet ongezond maar niet dagelijks aarappels groenten en vlees maar soms iets makkelijks op tafel, een pizza of zo of we halen bij de chinees. Ik eet wel altijd volkorenbrood terwijl wij vroeger thuis altijd wit brood hadden.
Ik heb nog nooit een griepspuit gehad en ook nooit griep gehad. Ik neem ook deze keer geen griepspuit.
Dus vitaminepillen overbodig....dat zal wel meevallen...ik blijf ze gewoon slikken.
Ik ben het hier volledig mee eens. Maar om de grootste groep te willen/kunnen bereiken, dienen we hier mee aan de slag te gaan op de scholen en het behoorlijk serieus nemen ook. Overgewicht, diabetes etc. etc.
Internet is behoorlijk gevaarlijk hierin. Kan je niet van het eten/snoepen afblijven grijp je naar pillen die je hierbij helpen, helaas veelal via het internet met alle gevolgen van dien.
Een verontruste burger.



janfreak dinsdag 17 nov 2009, 15:56
Toen ik 53 jaar was voelde ik me als ik opstond fit als een hoentje, stond me met plezier te scheren. Maar zodra ik op mijn werk was en het liep tegen tienen, half elf, dan zou ik me het liefst op de grond laten zakken en gaan liggen slapen. Wat de oorzaak daarvan was wist ik niet. Maar toen ik het een keer aan een vriend vertelde zei hij, dat komt omdat je vitamine C gebrek hebt. Ga die maar eens slikken die tabletten en dan niet van die kleine rotpilletjes, nee, die Time Released van 1000 milligram. Ik heb zijn advies opgevolgd en na een week of drie,vier waren mijn klachten als voor de zon verdwenen. Sinds die tijd heb ik me nooit lamlendig meer gevoeld en het is nu toch al 24 jaar geleden. Die vriend vertelde me dat het een algemene klacht was en zijn oorzaak vond dat we te weinig verse groenten en fruit aten. Dus ik ben, ook nadat ik me weer fit voelde gewoon doorgegaan met die 1 grams tabletten te slikken.