Belbus: Doorgezakte bank in opheffingsuitverkoop
Ingrid en Hans Oosterbroek kochten begin januari twee banken in de opheffingsuitverkoop van een meubelzaak in Hilversum. Al na een paar weken vonden ze dat de bekleding van beide banken vreemde en diepe rimpels vertoonde.
Herhaaldelijk hadden ze contact met de meubelzaak en herhaaldelijk werd hen toegezegd dat iemand naar hun klacht zou kijken. Maar dat gebeurde niet. Ingrid en Hans waren bang dat ze aan het lijntje gehouden zouden worden, totdat de meubelzaak werkelijk opgeheven was. Als dat zou gebeuren zou niemand ooit meer naar hun klacht kijken.
Volgens juriste Ank van Heeringen van stichting de Ombudsman is die vrees niet helemaal onterecht. De familie Oosterbroek had bij de aankoop van de banken geen bon en ook geen algemene voorwaarden van de meubelzaak ontvangen. Ze wisten evenmin of er fabrieksgarantie op de banken zat en ook niet of de meubelzaak aangesloten is bij een branchevereniging die klachten zou kunnen behandelen. Het advies van de juriste van stichting de Ombudsman was om zo snel mogelijk een aankoopbon te bemachtigen, zodat de transactie in ieder geval later te bewijzen zou zijn. Ze adviseerde ook te informeren naar de algemene voorwaarden die de meubelzaak hanteert.
Aanvankelijk vond de eigenaar van de meubelzaak dat Ingrid en Hans geen reden hadden om te klagen. Hij zei dat bij verkoop in een opheffingsuitverkoop alle garantiebepalingen vervallen. Maar na interventie van Kassa heeft een medewerker van de meubelzaak vastgesteld dat de banken inderdaad ondeugdelijk zijn. Ank en Hans Oosterbroek mochten in de meubelzaak een nieuwe bank uitzoeken die binnenkort op de plaats van de gerimpelde miskopen in woonkamer zal prijken.


